
Onderzeese glasvezelkabels krijgen veel te verduren, dus ze moeten wel wat kunnen hebben. Maar wat zijn nu eigenlijk alle factoren in de zee waar men rekening mee dient te houden bij het samenstellen van de onderzeese kabels? Iets dat vaak vergeten wordt, is de invloed van troebelheidsstromen op onderzeese glasvezelkabels. In dit artikel vertellen we je er alles over!
Wat zijn troebelheidsstromen?
Als sediment in suspensie raakt in een watermassa en deze toename in dichtheid zorgt ervoor dat het water onder invloed van de zwaartekracht hellingafwaarts begint te bewegen, wordt dit een troebelheidsstroom genoemd. Er zijn verschillende processen die deze hoogenergetische stromen kunnen veroorzaken, maar er zijn er drie die het vaakst voorkomen:
- Buiten de oevers van rivieren tijdens overstromingen: Hierbij worden grote hoeveelheden sediment naar zee meegevoerd, die vervolgens langs de continentale helling naar beneden beginnen te bewegen.
- Na vulkaanuitbarstingen: Als de eruptiekolom instort, zoals in Tonga.
- Tijdens aardbevingen: Aardbevingen veroorzaken soms aardverschuivingen, waarbij het fijnere sediment dat door de hoofdverschuiving wordt opgeworpen in het water komt te hangen.
Hoe beïnvloeden troebelheidsstromen onderzeese glasvezelkabels?
Troebelheidsstromen vormen een bedreiging voor kabels die door onderzeese ravijnen liggen. Vooral voor de kust van grote rivieren is dit het geval, denk bijvoorbeeld aan de Congo-kloof in West-Afrika. De reden dat zulke troebelheidsstromen een risico vormen voor de onderzeese glasvezelkabels ligt bij drie belangrijke mechanismen:
- Troebelheidsstromen zijn eroderend dicht bij hun bron: Ze bewegen zich over de zeebodem en tegelijkertijd graven de stromingen zich in en voeren ze meer sediment mee in de stroom. Dit kan ervoor zorgen dat een glasvezelkabel begraven in die zeebodem beschadigd raakt.
- Het bewegen van een opgehangen kabel in de waterkolom: Dit veroorzaakt slijtage bij de aanrakingspunten aan beide uiteinden van de ophanging. Mocht er een kabelpantser aanwezig zijn, dan kan deze slijten door het schuren. Ook de isolator kan doorslijten hierdoor, waardoor de geleider bloot komt te liggen en optische vezels beschadigd kunnen raken. Dit veroorzaakt uiteraard storingen!
- Brokstukken: Brokstukken die door de stroom mee worden gevoerd kunnen de blootliggende kabel raken en zo beschadigen of zelfs doorsnijden.
Is dit een groot probleem voor onderzeese netwerken?
Wereldwijd zijn er zo’n 200 breuken gesignaleerd binnen de grenzen van onderzeese ravijnen die in kaart zijn gebracht. Laten we de defecten die komen door menselijke fouten buiten beschouwing, dan blijven er sinds het jaar 1965 zo’n 118 incidenten over. Dit betekent dat er gemiddeld twee storingen per jaar zouden zijn, al komen storingen de laatste jaren vaker voor dan daarvoor. De reden dat ze vaker voor lijken te komen, is dat er steeds meer kabelsystemen onder de zee komen te liggen en dat storingen vandaag de dag beter geregistreerd worden. Twee storingen per jaar klinkt in eerste instantie misschien verwaarloosbaar, maar we moeten hierbij wel bedenken dat de onderzeese glasvezelnetwerken enorm belangrijke taken uitvoeren. Iedere storing is er dus één teveel!